De derde dag van onze reis, woensdag 30 april 2014
Datum: 2014-04-30Schrijver: Agetha van der Meijden en Henriƫtte Olieman
In de lobby van ons hotel in Amman hebben we een mooi plekje bij de receptie gekregen om ons verhaal te kunnen typen van deze enerverende dag. Vanochtend om half 7 nam de dag een aanvang door de wekkers die overal in het hotel afgingen. 7u precies dienden de koffers op de gang te staan voor de kofferservice, omdat ons verblijf in Tiberias er na deze nacht op zat. Na een vergelijkbaar ontbijt als gisteren, gingen we zo rond 10 over 8 op weg. Onze eerste bestemming? De berg Tabor. Deze ligt in de buurt van het meer van Galilea en de tocht erheen was dan ook niet van lange duur. Mooi om die berg Tabor overal in het landschap op te zien doemen. De berg Tabor kent vele bochten om de top te bereiken, vandaar dat het idee is om de touringcars beneden te laten staan en vervolgens gebruik te maken van taxibusjes (gevaarlijke manoeuvres maken die: auto’s inhalen IN de haarspeldbocht!). Bovenaan gekomen bezochten we de Taborkerk oftewel de Kerk van de Gedaanteverwisseling waar we Ps. 84 zongen en Markus 9 lazen. Op de berg Tabor zou de Heere Jezus verheerlijkt zijn. Er wordt in ieder geval gesproken over “een hoge berg” en welke berg kan dat anders zijn dan de berg Tabor? Na nog genoten te hebben van een adembenemend uitzicht (Armageddon, En dor, Gilead), ging de tocht naar het plaatsje En dor zelf. Dit is de plek geweest waar Saul Samuël opgeroepen heeft door middel van de waarzeggende vrouw. Bij de picknick die later op de dag plaatsvond, hebben we nog stilgestaan bij deze gebeurtenis. Saul moet de wanhoop nabij geweest zijn dat hij zich tot deze daad begaf. De legers op de bergen Gilboa waar Saul zo tegenop zag, zagen we in onze gedachten voor ons. In het plaatsje En dor bezochten we een archeologisch museum (opgravingen van zowel christenen als joden in de Byzantijnse periode) en gingen we langs bij een heuse kibboets. Vandaag de dag niet meer zo communistisch als de grondgedachte (gemeenschappelijk bijv. kleding wassen), maar toch kregen we iets mee van hoe een kinderhuis in elkaar steekt en wat het boerenleven er van de mensen vraagt. Voor de echte doorzetters was er zelfs de mogelijkheid om even de koeien te gaan ruiken èn te aaien ;-) Hierna ging het op naar Belvoir (kasteel van de Kruisvaarders). De bus leverde een topprestatie door die berg waarop het kasteel lag zomaar even te trotseren. Van onze Nederlandse gids Elih kregen we een rondleiding over de ruïnes en zagen we vandaar de hele Jordaanvallei. Machtig mooi. Van Gilead tot de Golanhoogte (van rechts naar links) en weer terug van het meer van Tiberias t/m de Westelijke Jordaanoever (van links naar rechts) en dat alles letterlijk in één oogopslag. Toen kwam het spannendste gedeelte van de reis, de a.s. grensovergang. Deze bereikten we vrij snel. Toen begon het hoor, gewichtige praktijken daar. De helft van de groep bleek niet in het bezit te zijn van één of ander speciaal kaartje, waarmee je toegang tot Jordanië zou krijgen. Enorm vervelend natuurlijk, maar eigenlijk meer het probleem van de Israëlische Douane die hier niet zo consistent mee was omgesprongen. Na wat bemiddeling van onze gids kregen we toch doorgang, maar dat was nog maar het begin. Een heuse paspoortcontrole volgde, waarbij deze zelfs ingenomen werden. Alle koffers èn de handbagage moesten achterblijven op het plein. Of dat nu zo veilig was? Afijn, geen keus. Alsof het allemaal nog niet genoeg was en we het al niet heel warm hadden, moesten al onze spullen in een ‘tijdelijke’ bus voor slechts 1,5 km. Daarna moest alles er weer uit en moest het in een Jordanische bus. Intrigerend wel om te zien hoe daar de Douane functioneert. Via ds. Donselaar kwamen alle paspoorten weer bij de eigenaren terecht en ondergingen we nog een laatste controle door een indringend kijkende Jordanische jongeman. We waren er. Nu ging het langs de Jordaan, maar dan dus op Jordanisch grondgebied. Daar zagen we echt in 10 minuten al zoveel, dat het je duizelde. Een compleet andere wereld dan Israël, waar alles (achteraf gezien), heel gestructureerd bleek. Hier was dat dus niet het geval. Er was volop leven op straat en dat terwijl we aan het begin van de route een bord gezien hadden wat je het idee gaf dat je je op een autosnelweg zou gaan bevinden. Een bijzondere versie dus welteverstaan. Op de weg lopen is geen uitzondering en ook mag je je auto naar willekeur parkeren. Verder lagen er complete hopen meloenen, bloemkolen, tomaten en zo meer op straat. Geiten en schapen waren ook meer dan welkom. Ook ergens allemaal heel triest, want het lijkt wel of sommigen daar een echt doel in het leven missen. Het afval vormt er ook echt een groot probleem; o-ver-al kom je het tegen. Tegelijkertijd zagen we ook veel tentjes van plastic. De gids vertelde ons over een inwoneraantal van 8 miljoen in Jordanië, maar ook dat maar liefst 1 miljoen daarvan bestaat uit Syrische vluchtelingen. En juist die tentjes van 2 regels terug waren daar neergezet voor de Syrische vluchtelingen, zo bizar! We leken wel ramptoeristen... Na een tocht van 2 uur en de nodige angsten of de bus het gebergte Gilead wel zou trekken, bereikten we om 8 uur ons hotel en zaten we vervolgens om half 9 aan het diner. Vriendelijke mensen overigens die Jordaniërs. Morgen hopen we jullie meer over dit land en haar bewoners te vertellen.